Er zijn dagen dat iedereen naar me kijkt. Ja, echt!
Alle fietsers die me tegemoetkomen richten hun ogen op mij, althans op iets net boven me.
Het voelt alsof er zo’n heiligenstralenkrans boven mijn hoofd hangt.
Ik zie dat zelf niet, maar heb wel een heel sterk positief gevoel. Dat ik letterlijk iets uitstraal.
Ik ben weleens gestopt om in m’n fietsbel te kijken of er een zichtbaar aura tussen m’n zilvergrijze haar hangt, maar ik heb het nog nooit waargenomen.
Toch behoorlijk frustrerend dat anderen wel iets om mij waarnemen, maar ik zelf in het ongewisse blijf.
Vanmiddag zag ik weer iemand naar me kijken.
Ik keerde om, trok een sprintje en vroeg: ‘wat zie je?’
‘Rot op engerd!’

Leuk stukje, Willem en herkenbaar voor mijzelf. Geestige plot die het verhaaltje áf maakt. Klein minpuntje vind ik de toevoeging ‘Ja echt!’ na de eerste zin. Doet een beetje kinderachtig aan en bovendien, ga je ervan uit dat de lezer aan je woorden twijfelt?