Beste Ferry,
Ik las je advertentie, waarin je op zoek bent naar tijd.
Ik heb tijd.
Precies genoeg voor 1 jaar, 3 maanden en 22 dagen.
Je mag het gratis komen ophalen.
Ik ben blij dat ik er iemand gelukkig mee kan maken.
Het was een mooie tijd: het heeft raad gebracht en heeft wonden geheeld. Het is goed gebruikt, en wel een beetje versleten.
Maar het staat nu in de weg, ongebruikt en ongeliefd.
Ik heb te weinig energie om er nog wat mee te doen.
Als je het zelf inpakt, mag je het meenemen.
Elsbeth
Beste Elsbeth,
wat een fijn aanbod. Weet je het zeker? Ik zou niet willen dat je straks zelf tijd tekort komt.
Ferry


Mooi verhaal, Elsbeth.
Één opmerking; je verwijst steeds naar ‘de tijd’ met ‘het’.
Tijd is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Correct is dan hem/hij
Zie: https://onzetaal.nl/taaladvies/verwijswoorden/
Hoi @Nel, dank je wel.
ik weet dat tijd hij zou moeten zijn. Maar ik heb toch bewust gekozen voor ‘het’. Vooral door de zin ‘het was een mooie tijd’, want het was ook echt een mooie tijd. Als ik het daarna zou hebben over hij/hem, voelde het minder logisch. Dus vandaar.