Een mok dampende, sterke koffie in mijn hand. Op mijn blote voeten sta ik bij het raam, de houten vloer wordt nooit echt koud en de houtkachel die ik ‘s morgens aansteek verwarmt ons huisje snel.
Ik kijk uit over de weide, ons land. De grassen, schapenzuring en scherpe boterbloemen hebben een zilveren sluier van ochtendrijp aangetrokken en hebben allemaal dezelfde kleur gekregen. Dankzij dit dunne laken kan ik in het verleden kan kijken. De makers zijn al verdwenen maar ik kan de vlecht van hun sporen nog zien, en volgen hoe twee vossen de tuin gebruikten om met elkaar te spelen.
Je zit met opgetrokken benen achter me op de bank. God, hoe wij gisteravond tussen de lakens speelden!

Recente reacties