‘Als je aan mijn pijpen trekt, gaat mijn onderbroek ook uit,’ zei zijn vriendinnetje.
(Halleluja!)
Alles moest strakker dan strak. Vaak gingen meisjes met hun spijkerbroek aan in bad. Soms zelfs de zee ermee in. Wat geaccentueerd moest worden, werd dat ook.
‘Nee, ik blijf liever even staan,’ was meer een noodkreet dan een wens.
Uiteraard moest de broek, na ’s morgens liggend op bed centimeter voor centimeter te zijn aangeschoven, ’s avonds weer uit.
‘Hij moet toch uit,’ zei hij.
‘Maar dan zie je alles.’
‘Ik zal niet kijken.’
‘Echt niet?’
‘Echt niet.’
‘Oh, je kijkt in de spiegel!’
‘Het lukt niet,’ zegt ze liggend op bed.
‘Wacht maar.’ Hij trekt aan haar strakke steunkousen en spiegelt de tijden.


Je vergeet ‘op één been springend door de kamer voor iedere extra millimeter’. Vermakelijk stukje en nog steeds/weer actueel. Lang leve het ‘Abba-broeken’ tijdperk
@Loisa. Ik heb alle typen broeken bewust meegemaakt.
Hè, nu typ ik weer Loisa. Louisa, sorry!
Nix errug Han
Leuk. 🙂
@Nele. Toch wel een triest einde. Een teken van vergankelijkheid.
@Han: gevoelens zijn ook vergankelijk. Vergankelijkheid hoeft niet noodzakelijk de hele tijd triest aan te voelen.
Jouw stukje roept warme herinneringen bij me op aan twee negentig-plussers die elkaar hielpen zo veel als ze konden. De echtgenoot benoemde zichzelf tot professor van de kousenuniversiteit. ?
@Nele. Nee hoor, lang niet altijd. Mooi, jouw herinneringen.
Han: mooi stukje.
@Berdien. Dank je wel.