‘Op vrijdagavond hing de lamp scheef. Met het laatste restje olie werd onze armoede verlicht: een hap rijst met bruine suiker. Zou mijn vader geld op tafel leggen? Mijn moeder was allang blij als hij bij een temeier was geweest en zij haar walhalla niet ter beschikking hoefde te stellen. Aan de jeneverwalm was ze wel gewend. Vaak dook hij meteen de bedstee in en moest ik mijn kop houden. “Als je hem wakker maakt, krijg je weer klappen; zit ik daar ook nog mee.”
Op zijn begrafenis was het toch mijn vader.
Niet dat ik mijn kinderen ooit heb geslagen, maar je krijgt er wel wat van mee. Weet u dat ik nog steeds rijst met bruine suiker eet?’


@Han. Er staan een paar fraaie zinnen in: ‘Met het laatste restje olie werd onze armoede verlicht: een hap rijst met bruine suiker.’ En deze is vooral grappig: ‘… en zij haar walhalla niet ter beschikking hoefde te stellen.’
Wij kregen vroeger bij de rijst met bruine suiker ook nog een klont roomboter, maar wij waren dan ook niet arm.
@Ewald. Dank je! De klont roomboter heb ik moeten opofferen voor het aantal woorden. Mijn vader at nog steeds als we rijst aten als toetje een bordje rijst met bruine suiker en… een klont roomboter.