‘Meneer, mag ik u wat vragen?’
Het quinoa-typetje dat ik kriskras door de supermarkt zie lopen en minutieus iedere verpakking bestudeert, spreekt mij totaal niet aan – ze spreekt mij aan.
‘Natuurlijk,’ zeg ik.
‘Weet u waar de gierst ligt?’
‘Gierst? Jeetje, onze parkiet at dat vroeger. Probeert u de dierenwinkel.’
‘Glutenvrij, gezond voor hem’ – ze wijst naar haar lichtgevende zoontje.
‘Weet u hoeveel gluten u in uw karretje heeft?’
‘Ik zie niets, mevrouw.’
‘Eet hij bananen en chocola?’ vroeg “Oom” dokter ooit aan mijn moeder.
‘Niet veel chocola hoor,’ loog ze.
‘Het zijn galbulten.’
‘Dan stop ik daarmee,’ zei mijn moeder geschrokken.
‘Nee, geef hem gerust een banaantje en een stukje chocola, anders kan hij er later nooit meer tegen.’


@Han, leuk, ik zie het voor me. Hadden jullie ook zo’n dokter waar je ouders tegenop keken?
@Cora. Dank je wel. Jazeker. En tegen de tandarts, leraar et cetera. Dat nam je als kind automatisch over. Niet goed, maar zoals het nu gaat…
De opvattingen zijn idd wel wat veranderd… Maar als moeder van een zoontje, niet lichtgevend trouwens, met coeliakie (ja, een soort glutenallergie) ben ik daar alleen maar blij om. Goed geschreven, dat wel 😉
@Irma. Het feit dat ik ridiculiseer dat mensen tegenwoordig overal op letten en gelijk zich wat aanmeten en alles geloven, wil natuurlijk niet zeggen dat allergie niet bestaat. Jij weet dat als geen ander.
herkenbare allergie, ook tomaten en aardbeien hoorden er bij mij bij, maar je groeit er overheen, althans in mijn geval