Ergens in een ver vreemd land wonen twee kinderen. Een broertje en een zusje.
Ze wonen daar sinds kort. Ze verstaan de mensen niet. De mensen verstaan hen niet.
Zelfs met hun eigen moeder kunnen ze niet praten. Ze hadden in hun eigen land gelezen over ‘hun’ land. Een bananenrepubliek. Ze hebben nog geen banaan gezien.
Ergens in een ander ver land dat toch zo dichtbij leek te zijn, is een beslissing genomen. In dit land dat van hen is en toch ook weer niet, hebben wijze mannen in grijze pakken dat te laat gedaan. De kinderen voelden zich er thuis, spreken vloeiend de taal van dat land.
Maar die mannen zijn niet te verstaan. Ze spreken een vreemde verkiezingstaal.


politiek werkt vaak vervreemdend