De wind stak op en de zeilen bolden zich. De bries maakte dat de BM’er een beetje oploefde, en Gerard liet als vanzelf de grootschoot wat vieren en stuurde zo met de zeilen zijn boot in de goede richting terug. Tevreden keek hij uit over het kabbelende water. Hij was al een flink eind op weg naar het midden van het meer. Gerard kende deze wateren op zijn duimpje. Het beetje maanlicht dat er viel, was dan ook meer dan genoeg om zich te oriënteren op het open water. Vlakbij de vaargeul was hij nu: hier was het water diep genoeg. De grootschoot vierde, het zeil begon klapperen en de boot minderde vaart. Snel gooide Gerard de verzwaarde zakken overboord.

@Lijmstok.
Wat zeilen betreft heb je kennelijk verstand van zaken.
Het beetje maanlicht wat – Het beetje maanlicht dat. Dat heeft hier de voorkeur.
https://onzetaal.nl/taaladvies/wat-dat/