‘Als ik daar inmiddels niet tegen kan,’ zegt Daantje als hij mij een hand wil geven en ik zeg dat ik bezweet ben.
Ik schaam me haast dat ik na mijn rondje hardlopen sta uit te hijgen. Daantje loopt mank. Hij heeft polio gehad en daarna ook nog eens difterie. We kennen elkaar uit de buurt en raakten ooit aan de praat. Ook over zijn gereformeerde achtergrond.
‘Mag ik je voorstellen aan mijn ouders?’ vraagt Daantje op een zondagmiddag als ik weer sta uit te hijgen – handenschuddende verwijten dat ik op zondag aan het sporten ben. Maar Ik stel niet de vraag die ik zo graag zou willen stellen: ‘Waarom heeft u uw zoon in uw godsnaam niet laten inenten?’


‘Han, we hadden hetzelfde idee, maar geheel anders uitgewerkt.
@Nele. Ik zie het net! Ik heb voor die dwazen geen goed woord over. Het is trouwens voor een gedeelte non-fictie.
@Han, goed stukje. Ik ken een meisje dat polio had en dat wens je niemand toe.
@Cora. Dank je wel. Vroeger zag je dat vaker. Vreselijk.
Grappig dat ik het van een 180 graden andere kant ben aangevlogen. Waargebeurd?
@Louisa. Gedeeltelijk waargebeurd.