Vlak voor haar dood publiceerde Renate Dorrestein de bundel ‘Dagelijks werk’, een autobiografie van haar leven als schrijfster. Ze schreef goed en met een vlotte pen. Haar boeken werden veel gelezen en in veel talen vertaald. Ze beheerste haar vak en kon er goed van leven.
Toch is ze nooit gezien als een groot schrijver. Literaire prijzen gingen aan haar neus voorbij. Ze heeft wel zelf een prijs voor vrouwelijke auteurs in het leven geroepen, de Anna Bijnsprijs. Ze vond dat vrouwelijke auteurs worden onderschat.
De literaire kritiek is niet genderneutraal en wordt door mannen gedomineerd. Ze kwam daartegen in het geweer, humoristisch, helder en consequent.
Als het gaat om een toegankelijke manier van schrijven verdient Renate postuum een oeuvreprijs.


Goed stukje, José, al lijkt er langzaam wat seksediscriminatie betreft toch iets ten goede te veranderen. Hella Haasse bijvoorbeeld wordt tegenwoordig, met terugwerkende kracht, tot De Grote Vier gerekend. Griet Op de Beekkrijgt ruim de aandacht en eer die zij verdient.
Tessa van de Loo is ook een mooi voorbeeld. Om aan te sluiten bij Ewald’s reactie. Ze heeft al op jonge leeftijd gepleit voor een genderneutraal toilet. En wat te denken van haar epistel over de jongens van de suikerwerkfabriek? Ik zeg Nobelprijs voor de Rede. Voor de (lieve) Vrede mag ook. 😉
@Mien, inderdaad moest ik ook aan Tessa de Loo denken, ze schreef bijvoorbeeld de Tweeling, een boek dat in Nederland en Duitsland veel werd verkocht, mede door de film, maar bij de literaire critici kreeg ze toch minder waardering. Haar boeken zijn m.i. zeer goed leesbaar. Overigens kan onderschatting door literaire kritiek ook mannen treffen; ik denk aan de immens populaire Godfried Bomans die nooit werd bekroond met een prijs. Ze dachten dat is een lolbroek die niet echt goed schrijft. Toch staat een deel van zijn werk nog recht overeind.