Mensen zijn gelijk, ondanks alle soorten en maten, kleuren en geuren.
Zelfs de rijkste stinkerd gaat gewoon dood als het zijn tijd is.
Hoe leven en talenten met elkaar verweven worden is ongeacht het uiterlijk een individueel proces.
De doener is altijd geneigd te handelen, te maken of te breken, al dan niet met een gelijktijdige gedachte.
De denker wacht met de handen langszij tot zijn hoofd bepaald heeft wat te gaan doen, en hoe.
De volgzame gelovige sjokt achter de scepter van de hogepriester aan.
De koningsgezinde atheïst sjokt achter de scepter van de koning aan.
Een enkeling trekt zich niets van zijn omgeving aan. Die zit op een onbewoond eiland en zet zijn eigen schedel op een stok.

Was dit maar waar! De enige waarheid is dat we allemaal dood gaan.
Misschien vinden we tegen het einde van ons leven pas ons unieke zelf, vaak wanen mensen zich superieur aan anderen, maar dan besef je dat het slechts wanen zijn. Gevaarlijke wanen, dat vaak wel.