‘Geen wapentuig,’ gruwelde mijn vader door de oorlog nog na. Dus liep ik met een eind hout op straat cowboytje te spelen. De buurvrouw schiep een precedent door mij een waterpistooltje te geven.
‘Jij bent dood.’
‘Nee jij.’
‘Nee, want ik schoot eerder.’
Onderhandelen leerde je op straat. Ruziemaken en weer goedmaken. Geweldarm en vooral in beweging.
Naar de western Bonanza mocht ik meestal niet kijken: te gewelddadig en het kwam te laat in de avond. Eigenlijk was het een serie over boerenlullen, met de Amerikaanse beeldvorming dat de Indianen slecht waren.
Anno nu geen eind hout of een waterpistooltje. Kinderen bewegen een joystick. Een realistisch gewelddadig beeld vertroebelt de speelse fantasie.
En voor de boeren is er Yvon Jaspers.


@Han. Herkenbaar, ik zie parallellen met mijn eigen jeugd. Tot grote ergernis van mijn vader heb ik ooit een klapperpistooltje gekregen. Toen de KRO media jaren zestig de Batman-serie ging uitzenden, heeft hij uit protest zijn KRO-lidmaatschap opgezegd. Bij ons werd eveneens niet naar Bonanza gekeken. Te gewelddadig.
@Ewald. Af en toe mocht ik het wel zien. Vriendjes in de straat mochten dat ook, dus ik maar zeuren. Later kreeg je De High Chaparral. Dat was veel gewelddadiger, als ik mij goed herinner.
ik kreeg notabene van mijn opa en oma ( lees oma) elk jaar met sinterklaas een klapperpistool, tot ergernis van mijn moeder. Maar die joystick lijkt me geen vooruitgang evenmin als Yvon Jaspers.