Ontbijten, scheren, douchen, tandenpoetsen, sportkleding aan. Sokken… waar zijn mijn sokken? nee, die blauwe. Aan de waslijn! linker aan de linkervoet, rechter aan de rechtervoet. Schoenen aan, veters te strak, veters losser. Rekken en strekken, sleutels van sleutelbos, aan een touwtje om mijn nek.
Snel de trap af, Pas op! niet te snel. Vergeten te plassen! trap weer op, sleutels van mijn nek, plassen, handen wassen, deur weer op slot.
Straat uit rennen, sportvelden in, dijk over. Weg opgebroken, omlopen, buiten adem, tweede adem, kan niet meer, moet door. Finish!
Drinken, douchen, boodschappen doen. Sleutels…? Aan het touwtje!
Eindelijk zitten. Hè, telefoon gaat.
‘Hallo…’
‘Mijn vader komt vanavond. Haal jij even een kruik Bols? ik heb de hele dag gewerkt.’


@Han. Doet me aan een liedje van Herman van Veen denken.
uit rennen – uitrennen.
@Ewald. Mij ook.
Het is uit rennen (richting op). Als er een richting bedoeld is (de straat uit, het plein over, de straat in rijden), staat het voorzetsel los van het werkwoord. In veel andere gevallen vormen het voorzetsel en het werkwoord vaak één woord. Inrijden kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij een nieuwe auto; de betekenis is ‘beginnen te gebruiken’. https://onzetaal.nl/taaladvies/de-straat-inrijden-in-rijden/
@Han. Van Dale geeft aan: Het huis uitrennen. Het is wel voor het peloton uit rennen, maar het bos uitrennen.
Onze Taal geeft zelf aan dat er door Van Dale anders over wordt gedacht. Tja, als twee instituten het al niet eens zijn …
@Ewald. Van Dale wijkt wel meer af. Ook dat lees ik vaak. In dit geval zeg ik ‘de straat uitrennen’. Dus een richting op. Vergelijkbaar met de straat uit rijden. Uitrennen is meer uitlopen, na een inspanning.
@Han. Je kan ook zeggen dat Onze Taal wel vaker afwijkt. Het is jouw stukje, ik zou uitrennen hebben geschreven.
@Ewald. Vergelijkbaar met de trap op/af lopen, op/aflopen. Ik kies, ook gevoelsmatig, voor los geschreven.
@Han. Dat zou ik dus ook aan elkaar schrijven. Puur gevoel. Ik denk ook aan inparkeren, uitparkeren, inschenken, uitschenken. Dezelfde discussie hebben we destijds gevoerd over af glijden – afglijden. Als instituten al afwijkende meningen hebben, mogen wij dat natuurlijk ook.
@Ewald. Een herhaling, het zal wel niet de laatste zijn.
Voor wat het waard is:
Straat uitrennen geeft bij mij een connotatie van: helemaal tot aan het eind
Straat uit rennen: een niet nader gespecificeerd deel van de straat.
In dit geval zou ik dus net als Han kiezen voor: uit rennen.
Graag hoor ik jullie mening hierover.
@Cesar. Als je naar een niet nader gespecificeerd deel van de straat rent, ren je naar mijn idee de straat niet uit, maar de straat door.
De vraag werpt zich op wie gezaghebbend is: Van Dale of Onze Taal. Ook Het Groene Boekje en Van Dale zijn het niet altijd eens. Bij het Groot Dictee der Nederlandse Taal hanteerde men Het Groene Boekje, maar bij twijfel was Van Dale maatgevend.
Gelukkig is schrijven een vrije kunstbeoefening en kun je, mits je het niet te bont maakt, naar eigen gevoel en interpretatie de taal hanteren.
Verschillende schrijvers, verschillend gevoel. Het is geen exacte wetenschap, dus je kunt eindeloos hierover discussiëren.
@Cesar. Dank voor je bijdrage. Hoe ik erover denk, heb ik al vandaag verwoord. Zie mijn commentaar. Wat ik nog belangrijker vind, is de inhoud van een/mijn verhaaltje.
Strikt genomen heeft Het Groene Boekje een officiële status: bij de overheid en in het onderwijs dient deze spelling te worden gebruikt. Dat staat ook zo in de Spellingwet. Buiten het onderwijs en de overheid om is er meer vrijheid om te kiezen voor Het Groene Boekje, Het Witte Boekje, Van Dale, of wat dan ook.
Als ik zelf teksten vertaal heb ik over het algemeen een voorkeur voor Van Dale, omdat de Van Dale woordenboeken door lexicologen i.s.m. mensen uit de praktijk zijn samengesteld, én Van Dale geeft vaak veel praktijkvoorbeelden. Dat spreekt me meer aan dan: het is zo omdat het zo is, wat de boodschap van veel officiële lijsten is.
O ja: bovenstaande neemt niet weg dat ik ook het nut van officiële lijsten inzie.