Suzanne loopt langs de groentekraam. Ze kijkt naar de perziken, abrikozen en bessen en laadt de spullen in haar tas. Ook iets voor haar vader. Hij was vroeger groenteman en woont nu in verpleeghuis Rozengaarde.
‘Ha pa, hier ben ik.’
Hij kijkt naar de zuster en dan naar haar.
‘Woon jij hier ook?’
‘Ik kom hier vaak pa. Ik heb iets voor je meegenomen. Kijk, pa, radijs.’
Hij valt stil en zijn hoofd zakt opzij. Hij kauwt op het woord, paradijs. Hij ziet bloemen in de zomer en hij ziet zijn dochter spelen in de tuin, in haar blauwe jurk met die mooie witte strik.
Dan ineens praat hij: ‘Hemeltjelief, Suzanne was hier net.’
‘Ja pa, we zijn er nog.’


@Jose:ach, wat liefdevol beschreven.
Ha die Jose!
Groenteman in Rozengaarde
huid gerimpeld, haren grijs
door zijn eigen brein bewaarde
hij zijn zoete paradijs.
Ben helemaal weg van je titel, José
Ah, mooi.
@José. Mooi!
‘hemeltjelief’ – ‘Hemeltjelief’
Heel mooi, Josë.
Mooi, liefdevol geschreven, José.
Empathisch goed.
Ontroerend José. <3
Prachtig José
Heel mooi geschreven!
Dank voor jullie reacties, Han ik heb stukje op jouw advies aangepast. Ik kom al sinds 2004 regelmatig in verpleeghuizen, in dit stukje gaat Suzanne mee in de wereld van haar vader, zonder zichzelf weg te cijferen.