Sinds ik Karel ken, kan ik mijn geluk niet op. Liefde op het eerste gezicht: we botsten tegen elkaar in de supermarkt. Pats, boem, raak. Hij is lief, charmant: elke week brengt hij twintig rode rozen voor me mee.
‘Voor mijn knappe meissie,’ zegt hij dan.
Vanmorgen stond hij huilend op de stoep. Zijn medecompagnon was met de noorderzon vertrokken en had zijn bankrekening leeggeplunderd. Niets had hij meer.
‘Maar jochie, dan help ik je toch.’
Direct tienduizend euro overgemaakt. Blij, dat hij was!
Mijn vriendinnen verklaren me voor gek. Ze vinden hem een linkmiegel. Stikjaloers zijn ze.
Ik verlang naar zijn stem en bel hem.
‘Dit nummer is momenteel niet bereikbaar.’
Ocharme, zijn telefoon is gestolen. Ook dát nog!


Wat een pechvogel. Gelukkig ben jij zijn reddende engel 🙂
Ja, dat heb je over voor zo’n geweldige man. 🙂
Toch hoort het verhaaltje bij de wedstrijd ‘misdaad’
Dar vinden de vriendinnen althans.
Lekker in-de-lurenverhaal
Dank voor het lezen, Berdien. Er komt een vervolg vanuit het perspectief van Karel.
Grappig verhaaltje. Niet voorspelbaar, des te leuker.
Dank je wel, INfiction.
“Heb meelij Jet” ?? hoor ik op de achtergrond. Heerlijk geschreven verhaal!
Dank, Alice, voor je reactie en voor de muziek. 🙂