‘Ben ik geboren?’
‘Ja, natuurlijk. Dat hebben we je toch verteld. Ergens in een ver land, China.’
‘Hoe ben ik dan hier gekomen, mama?’
‘Met het vliegtuig. Zo’n grote als in je kamertje. Waarom vraag je dingen die je al weet?’
‘Sander zegt dat de ooievaar zijn broertje heeft gebracht.’
‘De ooievaar brengt geen kinderen. Kinderen komen uit hun moeders buik.’
‘Maar ik kom niet uit jouw buik. Is Sanders broertje bij zijn andere moeder?’
‘Nee, Sanders broertje is naar de hemel gegaan.’
‘Met de ooievaar of het vliegtuig? Is de hemel in China? Brengt het vliegtuig mij weer terug?’
‘Nee, je blijft bij ons.’
‘Wat ga je met dat vliegtuig doen?’
‘Weggooien!’
‘Waarom?’
‘Ik wil niet naar de hemel.’


@Han, ach gos, wat een voorstelbare scene, zowel de enigszins vermoeide kant van de ouder, als de schier eindeloos nieuwsgierige (en de bange) kant van het kind.
@Lisette. Het valt niet altijd mee. Dank je!
Een kinderbrein heeft helemaal nog veel te verwerken.
@Levja. Dat heeft het zeker. Dank je.
Mooi vervolg…
@Irma. Wederom mijn dank!
Het eerste deel was vooral grappig, maar hier overheerst de tragiek. Erg aannemelijk gebracht.
@Hekate. Dank je wel. Een lach en een traan.