10 mei 1944. De Pruis, dixit grootvader, dendert alle hoop plat.
Mijn grootouders, moeder, toen 9, en haar broertje laden hun boeltje op een karretje. Een ezeltje trekt het zootje een schimmige toekomst in, als ontheemden, over landweggetjes tussen beemden en akkers. Grootvader: “Nu heb ik eindelijk mijn eigen boerderij, raak ik ze weer kwijt.”
Twee dorpen verder belanden ze bij opa’s neef, een cafébaas: “Maar Gustaaf, wat zou je toch gaan vluchten? Breng hier de nacht door en keer morgen weer naar huis.” Mijn moeder brengt de eerste en enige keer van haar leven een ganse nacht op café door.
’s Anderendaags bereiken ze net op tijd de veilige stal. Onmiddellijk daarna jaagt de Duitse pletwals duizenden ontheemden wég.

Belgisch accent? Ontroerend stukje.
@ Berdien: bedankt! En ja. Wat verraadt me?
Op café, ’s anderendaags, wat zou je toch gaan vluchten.
Ik hoor mijn Antwerpse vriendinnetje terug.
Oorlog ontheemd, mooie vertelling!
Je neemt me helemaal mee in de tijd. Heel beeldend en intiem beschreven.
Marie en Nel, Bedankt met een grote B!
Sommige data vergeet je nooit. Verder eens met Nel en Marie.
Heel beeldend. Ook het ezeltje…
Een heel verhaal in 120 woorden, fraai beschreven.
Ja, de Vlaamse tongval is onmiskenbaar en heel mooi! Het draagt bij aan de sfeer.
@ Mien, Levja, Hekate & Simone: welgemeende dank!
(En ja, 1944 moet 1940 zijn. Sorry!)