Tweemaal bellen, staat er op de deur.
Nee, geen soep uit blik of uit een pakje ‘goed voor vier borden’ zodat hij ook nog overhoudt voor tweede kerstdag. Een uitgebreid driegangenmenu, de tafel gedekt voor vier. Misschien komen ze wel, degenen op wie hij hoopt, maar juist niet verwacht. Of toch wel.
Er wordt niet aangebeld, zelfs niet één keer.
Hij schudt de sneeuwbol en schenkt nog eens in. En nog eens…
Aan het voorgerecht komt hij zelfs niet toe. Als de oude pick-up ‘misschien mag ik mijn kinderen nog wat geven’ speelt, zegt de kerstman in de boom: ‘Kom, kom.’ Het engeltje begeleidt hen en ze verdwijnen in de sneeuwbol, zijn totem waarin hij zich ieder jaar weer verschuilt.


Voor veel mensen eenzame dagen. Veel van die mensen hebben 365 eenzame dagen, maar juist die twee dagen… mooi, Han.
Ewald. Ik dank je! Mede namens alle eenzame mensen.
Mooi Han. Ik hoor Nu zijt wellekome op de achtergrond.
@Levja. Dank je!
Mooi neergezet Han. Een lach naar een ander mens en je eigen dag en die van de ander wordt er al anders van!
Noëlle tristesse. ?
Achter ‘Of toch wel’ zou ik een vraagteken zetten in plaats van een punt.
@Mien. Dank je. Nee, het is geen vraag.
Zo lees ik het wel. Maar de schrijver heeft natuurlijk altijd gelijk. ?
@Mien. Het is een overpeinzing; er wordt geen vraag gesteld, noch aan de schrijver noch aan de lezer.
Ik schreef al, de schrijver heeft altijd gelijk Han. Beiden dus. ?
Een intens triest kerstverhaal, Han. Moo beeld, die sneeuwbol.
Een triest verhaal, inderdaad. Mooi geschreven.
@Nel en Marlies. Hartelijk dank.