Het kijken bij iedere klik van haar hakken houdt haar gevangen: mensen met pratende ogen staren haar aan, of doen dat door de vensters van haar eigen ogen. Onzeker zijn wordt nooit zeker.
‘Je had de sleutel van de medicijnkast met morfine, de sleutel… de sleutel…’ Als een mantra die echoot in haar hoofd.
‘Je hebt het toch niet gedaan hè?’ Zelfs haar spiegelbeeld is wantrouwend. Dat is iedereen… Dat blijft iedereen. ‘Wel toevallig dat ze altijd dienst had als het gebeurde…’ ‘Waar rook is, is vuur.’ Dat wordt er gezegd. Misschien nog wel het ergste: ‘Ik heb je altijd al geloofd.’
Had ze die sleutel nog maar; even verdoven, misschien wel tot het eind dat er toch al was.


Ja, vaak is verdenking erger dan veroordeling. Mooie zin: ‘Onzeker zijn wordt nooit zeker.’
Levja, dank je hartelijk. ik houd van tekst met tegenstellingen of tegenstrijdige woorden.
Er staat fictie boven, Han, maar ik heb toch een sterke associatie met een waar gebeurd verhaal.
Ik heb die associatie ook.
@Ewald, @Marlies. Het gegeven is natuurlijk non-fictie, maar het verhaaltje, de tekst is fictie. Bij mijn weten kan je niet fictie en non-fictie aanklikken.
O, ik vermoedde ook dat je het gegeven gebruikt had voor dit fictieve verhaaltje, hoor. Het was geen kritiek. 🙂
Marlies, nee hoor, zo vatte ik het ook niet op. Dank je.