‘Wat was die klap? Toch niet weer, hé? Houd ermee op!’
‘Afzetkegels zijn gevaarlijk. Ik rijd ze allemaal plat.’
‘Straks raak je nog iemand.’
‘Had ik de moed maar: de een na de andere ambtenaar.’
‘Laat het rusten. Theo krijg je er niet mee terug.’
‘Theo hoorde mij te overleven. Als die kegel niet op de weg had gelegen, dan…’
‘Maar die kegel lag er wel. En Theo is dood.’
‘Zeg dat dood-woord nou niet.
“Overmacht”, het gonst door mijn hoofd. Elke kegel is een ambtenaar.’
‘Laat het niet jouw zelfdestructie worden. Teister je denkwereld niet door die af te zetten met kegels. Vorm ze om tot piketpaaltjes en zet ze uit in een ruimere denkwereld.’
‘Ruimere denkwereld?’
‘Ja: toekomst.’


@Han: je stukje brengt een grappige situatie uit mijn geheugen naar boven… 🙂
Boosheid door verdriet. Mooi, Han.
Kegels omvormen tot piketpaaltjes, bij mij komt het tegelijk grappig en serieus over. Vind ik mooi.
Kan me de reactie van de hp levendig voorstellen.
@Marlies, Nele en Levja. Hartelijk dank!
Mooi hoe de tweede spreker, (noem je dat de protagist?) dit boze verdriet van de hp omzet in een nieuw toekomstperspectief!
Sterk stukje, Han.
Vol woede, verdriet en perspectief.
@Nel. Dank je, Nel!
ja, ik zie dit roodwitte kegels zo voor me.
José, dank je!