Vandaag spreken we Henk en Ingrid de Jong uit Almere. Zij strijden voor ons oer-Hollandse culturele erfgoed en hebben het comité ‘de braderie moet blijven’ opgericht.
Ingrid: ‘Wij bezoeken graag jaarmarkten en braderieën en die mogen niet verloren gaan, we hebben hier al zo veel opgeofferd.’
Henk: ‘Je moet niet denken dat wij discrimineren, we lusten niet alleen kroketten, maar ook jodenkoeken, Turks fruit en negerzoenen.’
Professor Kees de Kommer heeft dit onderwerp bestudeerd. In zijn standaardwerk ‘De braderie en de Nederlandse identiteit’ betoogt hij dat mensen gelukkig worden van het kijken naar allerlei rotzooi, het ruiken van etenswalmen en vooral het zien van andere, vaak te dikke mensen.
De Kommer: ‘Desnoods een witte piet, als de braderie maar blijft.’


Weer word ik met m’n neus op de feiten gedrukt: als oer-Hollander ben ik volkomen mislukt. Braderieën en markten mijd ik als de pest. 🙂
In deze barre tijden blijft de ironie over.
Leuk neergezet, José. Heerlijk oubollig woord: braderie. Ik loop dan meestal een straatje om, 😉
Braderie, daarin komt brie en ader in voor. Van en in beiden gaat mijn bloed stollen. Ik hou wel van demonstraties. Niet in maar tegen braderie. 🙂
Braderie: nee, echter het zien van oude spullen: ja!
Mooi beschreven onze Hollandse cultuurbewakers!
Leuk stukje, José! Ik ga altijd met een wijde boog om een braderie heen.
@José. Leuk ’tefereeltje’ geschilderd.
Na dubbele punt gevolgd door eencitaat hoort een hoofdletter. Henk: ‘je moet… ‘Je moet…
De Kommer: ‘desnoods een witte… De Kommer: ‘Desnoods een witte…
@José. Excuus, tafereeltje natuurlijk.
Dank voor de reacties, Han je puntjes meegenomen en aangepast
@José. Jij ook bedankt voor je reacties.