De stamgasten op het terras voor Café De Sluyswacht stootten elkaar aan. Verrek, was dat niet De Tiller? Hij liep richting het Rembrandtshuis. Grijzer en kaler, maar die kwaaie kop herkende je direct.
Zelfs de ergste penose meed De Tiller als de vliegende vinkentering. Vroeger. Was het al weer tien jaar geleden? Hij had er heel wat van hen besodemieterd in die tijd. Was hij een stille? Niemand wist het zeker. Wel hadden de meesten van hen een douw in de Bijlmer te danken aan stommiteiten van deze bijgoochem. Maar ineens was hij van de aardbodem verdwenen.
Wraakzuchtige taal klonk over het terras in diverse mobieltjes. Smerissen konden deze linkmiegel binnenkort uit een gracht tillen. Dat stond nu wel vast.


Treffend geschreven.