‘Hij heeft waanbeelden en hij is angstig. Misschien kunt u hem kalmeren.’
‘Wat is er pap, waar wijs je naar?’
‘Daar…’
‘Ja, dat zijn de ramen, die weerspiegelen doordat het buiten donker is. Je ziet de verpleging erin.’
‘Nee! En je ziet ze niet alleen, je hoort ze ook.’
‘Wat hoor je dan?’
‘Hun laarzen.’
‘Van wie?’
‘De bezetter natuurlijk. De mof is terug.’
‘Het geluid komt van de verpleging; ze lopen op een soort klompen.’
‘Klompen? Oh jongen, wat fijn. Ben ik weer op mijn onderduikadres, bij de boer?’
‘Ja pap, het is allemaal voorbij, ze kunnen je geen pijn meer doen: nooit meer.’
‘Vertel jij je moeder dat ik veilig ben?’
‘Ja, doe ik. Rust maar lekker uit.’


Onder de indruk
<3
Dank je Dana. Groet,
Han
Mooi beschreven. Zo triest als het verleden mensen weer inhaalt.
Dank je, Machteld.
Aangrijpende dialoog Han. Ontroerend en tegelijk benauwend ook. Hartje.
Droevige waanspiegeling. Erin verdwalen wens je niemand toe. Roerend hard/hart.
Luus, Mien, ik dank jullie hartelijk.
Groet,
Han
Prachtig, Han! Ontroerend hoe de zoon met zijn vader omgaat.
Zeker een hartje (ik probeer er 2 te geven)
Dank je, Nel. Jouw reactie ontroert mij weer…
Groet,
Han
Mooi stukje, ik geef je er een hartje voor.
@ Jaimie. Hartelijk dank!