Het was voor mij als kind de gewoonste zaak van de wereld. We werden opgehaald door de vrachtwagen van mijn vaders werk om op vakantie naar zee te gaan.
Wij zaten achterin, bovenop de hutkoffers en naast de fietsen die we allemaal meenamen. Gewoon los, zonder veiligheidsgordels of helmen. We liepen gewoon door die grote overdekte laadbak, en keken door het dekzeil naar mijn oom in de personenauto achter ons.
Diezelfde vrachtwagen kwam ons twee weken later ook weer ophalen. Soms duurde dat wat langer, want dan had de chauffeur de pont gemist, die toen nog voer vanaf Kruiningen.
Inmiddels ga ik vaak met de rugzak op reis. De reisgewoonte van vroeger heb ik afgeleerd. De heimwee voel ik wel.

Wat een mooie herinnering.
Lisette,
Een mooi beschrijvend stukje. Ik vraag me alleen af met wel vervoermiddel de ik met de rugzak nu dan reist. Lopend?
Hartje
Mooi Lisette! Wat een rare tijden waren dat!
het themawoord mooi in plaatsnaam verwerkt. De nieuwe reisvorm blijft wat vaag.