Restanten van een terrorist liggen in een kist. Schimmen scheren door de lucht.
De jaren baarden en de fantomen bleven bomen. Ze bleven de levenden kwellen en lieten hun jammerklachten gruwelijk zwellen. Waar zij kwamen, hoorden mensen stemmen. Verloren zielen gingen voor hen knielen en vernielen. Gedachten uit een ontploft hoofd ontloken, kunnen vrij luguber spoken.
Maar, op een keer, in een bijzonder verschrikkelijk takkenweer, bleven ze plakken, per abuis, in het roet van de schouw van een huis. Ze zochten onrecht die zij daar niet vonden. Terreur werd zwaar labeur.
Een jong stel dat er woonde, zond de wanhoopverzinsels naar de hel.
De haard brandde immers fel. Geesten kunnen niet meer spoken als je de schoorsteen goed laat roken.


Zuster NeleDeDeyne,
Het vakje “Poëzie” mag ook best worden aangevinkt.
Heel mooi verhaal van een spookspreekster.
Ik vroeg me net af wat er verkeerd mee is omdat er niemand reageerde. En dan zag ik dat ik, hee!, een hart kreeg. \O/
@VmetdeVork: ik zal er op letten, op het vinkenvakje ‘Poëzie’. 🙂
Ik twijfelde om de rijmen die in me opkwamen in een verhaal te gieten of om ze zonder bewerking uit te braken.
Hoogstwaarschijnlijk wordt het beter in een gewoon verhaal.
Ja, in verhaalvorm wordt het beter al klinkt het poëtisch toch ook heel bijzonder. Misschien dat men struikelt over het afbreken? Ik ben geen kenner, maar door de hoofdletters lees ik het een beetje te hakkelend.
Ik vraag me af of dat is wat storend effect teweeg brengt. Misschien alleen na een punt beginnen met een hoofdletter?
Dan heb je ook een hartje van mij