De man sliste hevig. Zo hevig dat de omstanders altijd onnoemelijk moesten lachen. Zijn spraak ging nogal gepaard met flinke consumptie. De omstanders stonden altijd op ruime afstand om hem heen geparkeerd. Dan konden ze tenminste dubbel lachen. Het as erkelijk aar een komisch gezicht.
De man had ook nog eens een prachtig beroep. Koerier van een koets in Amsterdam. Bij de opstaphalte as het altijd druk. Met name Amsterdammers vonden er vertier. Zij moesten bij voorbaat al lachen nog voordat de Japanners en andere maffe toeristen in de koets van Sliske stapten. Sliske, zo hadden ze hem genoemd.
Soms volgden ze Sliske bij de eerste meters. Het meest amusant was natuurlijk wanneer Sliske de zeep er flink over gooide.

‘ist niet dat een slisser de ‘ ‘ niet uit kon spreken…
‘eer ‘at geleerd.
Ie zegt dat het Sliske as?
Geinig aanpak themawoord.
Mooiste slisser blijft ‘man met kroketten ‘van Wim Sonneveld met: ‘de ‘s’ kan ook niet meer meneer, want ik mis de hoektanden.’
Met vriendelijke groet+ hartje,
Chris