Marina haalde een lange, crèmekleurige omslag, die aan Johnny geadresseerd was, uit de brievenbus.
‘Wat zou dat zijn?’ mompelde ze in zichzelf.
Ze rende meteen de woonkamer in en duwde de enveloppe onder zijn neus.
‘Maak nou open’, drong ze aan.
Tergend langzaam scheurde hij hem open, las de kaart en stopte ze er terug in.
‘En, en?’
‘Wat een lef!’
‘Hoezo? Wat is het?’
‘Een uitnodiging … voor een klasreünie. Hoe halen ze het in hun hoofd? Jarenlang keken ze op ons neer want die van de ‘Latijnse’ waren zoveel beter dan die van de ‘economische’. Is dit hun idee van een leuk weerzien?’
‘Misschien willen ze het goed …’
Een blik van Johnny was voldoende om haar te doen zwijgen.

Zuster Els,
Je hebt mooi beschreven hoe dat voor iemand kan zijn.
Het idee dat anderen denken dat ze “beter” zijn.
Aangezien ik nooit verder gekomen ben dan de MBO herken ik het niet.
(Zo rende ze…….)
VmetdeVorK.
Bedankt, VmetdeVorK. Ik ga het verbeteren 🙂
Dan is het inderdaad beter dat hij niet gaat.
Klopt, Lousjekoesje 🙂