Ik zit achterin de auto van mijn broer. We gaan naar een feestje van een oom van ons. Als we er bijna zijn, zoek ik in mijn zakken naar een zakdoekje of snoeppapiertje, waarin ik mijn kauwgom kwijt kan, maar de zakken zijn leeg. Dan zie ik onder de passagiersstoel een kassabon liggen: ook prima.
Met een stralende lach begroet ik iedereen en ga bij mijn broer en neef staan. Mijn broer vertelt net over die keer dat hij op pad wou met zijn auto, maar dat de accu kapot was. Hij heeft een nieuwe accu moeten kopen en de garagemedewerker zei dat hij de bon goed moest bewaren als bewijs zodat hij het betaalde bedrag terug kan vragen. Juist.


Zuster Lousjekoesje,
Heel mooi verhaaltje.
Gelukkig ben ik al heel lang van de kauwgum af.
Plekzooi.
VmetdeVorK.
Lousjekoesje,
Juist. Dat is zo’n moment waarop je dan denkt: oeps! Herkenbaar menselijk. Leuk!
Groet,
Annemieke
‘Juist’ is eigenlijk spreektaal. Een stopwoordje van mij als ik niet weet hoe ik moet reageren. Veel mensen zeggen dan ‘oke…’ en een tijdje geleden zeiden we in die situatie ‘dus…’ Van Plien en Bianca in Zaai.
Leuk geschreven.