We rijden achter elkaar. (In een ‘treintje’ zoals dat in het schaatsjargon heet.) We geleiden elkaar door de harde, koude wind… Volop concentratie.
‘Pas op, wak!’ wordt er geschreeuwd. Verder de plas op, nu met wind in de rug. Zowel het ruisen van het riet als het inklappen van de klapmechanismen klinkt als muziek in de oren.
‘Goed achterop zitten, houd druk,’ luidt het advies; de harde wind blaast je anders omver. Voldaan na afloop je messing medaille ophalen – doel- en nutteloos?
Afghanistan: een konvooi zwijgend op patrouille. Geen waarschuwingen voor wakken, maar beducht voor bermbommen. Volop concentratie. Jonge jongens geleiden elkaar door de hitte. Angstzweet.
Opgelucht na afloop, hopelijk met beide benen, je medaille ophalen – doel- en nutteloos? Voldaan?


Interessante vergelijking, pakkend geschreven.
Ruizen moet ruisen zijn.
Dank je Hekate! Het schaamrood staat op mijn kaken, natuurlijk moet dat ‘ruisen’ zijn. Ik weet niet hoe en/of ik het kan wijzigen.
Mooie parallel. Moet geleiden niet ‘leiden’ of ‘begeleiden’ zijn?
Dank je Bartsnel. Geleiden betekent ‘vergezellen’.
Mooi, Han.
Dank je Irma voor je reactie.