Ochtend: ‘Ach wat, loop naar de pomp!’ riep ze en met een venijnige bons trok ze de deur achter zich dicht.
Hun dagenlang gekibbel had een nieuw hoogtepunt bereikt en nu had ze hem in een opwelling de deur gewezen. Nu was er alleen maar stilte in huis… en zelfverwijten.
Heel de dag heeft ze in vertwijfeling zitten wachten: ‘Waar kan hij in godsnaam toch zijn? Waarom moest ik nu weer zo koppig en onredelijk zijn?’
Plots veert ze recht, grijpt haar jas en stormt de trap af. Ik waar hij is, denkt ze, het plekje waar ik hem altijd terugvind als hij wil nadenken. Buiten adem stormt ze het marktplein op en ja, daar zit hij: aan de pomp.


Het Themawoord domineert de vertelling.
Wat We ook vaak niet doen is: show, don’t tell.
Maar dat is moeilijk in 120woorden, dus moeten we de handeling ‘inzoomen’.
(dat commentaar leveren blijf ik verfoeien)
Rob.
Naar mijn mening ook wat te weinig inhoud. Het begint wel sterk, maar ik vind het niet echt een clue/ontknoping.
In deze zin ontbreekt een woord: ‘Ik waar hij is,’.
Beste Benny,
Een staande uitdrukking als uitgangspunt nemen kan goed. maar dan is het wel handig als je die uitdrukking qua inhoud zo varieert dat de betekenis min of meer kantelt. Dit is helaas al te voorspelbaar.
met vriendelijke groet,
Chris