Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming kijkt hij om zich heen en bekijkt vol afschuw de afgebladderde verf op het grauwe gebouw. Troosteloos staat het in een al even grijze en somber ogende straat, moederziel alleen en verlaten. Voor de ramen zijn kranten geplakt. Hij zucht nog eens diep en uit zijn jas haalt hij een grote sleutelbos tevoorschijn. Zijn vrouw had de juiste sleutel gemarkeerd met een label. Het rode stukje plastic is het enige in zicht wat er vrolijk uitziet. Langzaam loopt hij naar de voordeur en steekt de sleutel in het slot. Met veel gekreun en gepiep gaat deze open. Binnen ziet het er al even grijs en verlaten uit. “Eerst maar eens schoonmaken”, denkt hij.

Hier staan enkele mooie zinnen in.
Ik denk dat het nog mooier kan door oa …en diept uit zijn jas een grote sleutelbos.
En het gebruik van …in zicht… Begrijp ik niet.
Bij ‘Hij zucht nog eens diep…’ was het beter geweest op een nieuwe regel te beginnen, denk ik.
De sfeer heb je mooi beschreven, maar het stukje begint en eindigt voor mijn gevoel een beetje op een willekeurig punt.