Na een kleine week vol paracetamolletjes, volle zakdoeken en zere spieren hervat het gewone leven zich.
Met broze energie ga ik naar de apotheek om mijn vaste portie pillen aan te vullen. Een vriendelijk, spraakgrage assistente helpt me. Ze wijst me op de nieuwe verpakking van de antidepressiva, die ik al jarenlang slik. “Tja, dat bepaalt de verzekeraar, hoe we het moeten aanleveren.” Ik knik, begrijp het als vooral een cosmetische ingreep. Maar dan vervolgt ze: “Het kan zijn dat u er iets van merkt, want er zit meer zout in deze pillen. Daar kunt u wat onrustiger van worden. En dan niet meteen de dosis gaan verhogen, hoor”.
Ik weet ineens mijn bestemming weer: op naar een pil-loos leven!

Lijkt me een lange weg, naar een pilloos leven. En anti-dpressiva, kun je die niet beter geleidelijk aan afbouwen, in overleg met je dokter?
Soms lijkt ’t wel of verzekeraars én willen dat je aan de pil blijft, én er van af moet, én dat ook nog op hun voorwaarden.
Aardig schetsje, hartje.
Waar het perspectief van de een naar de ander gaat (bijvoorbeeld bij ‘Ik knik…’), kun je beter op een nieuwe regel beginnen. Dat geeft je stukje meer structuur en het wordt daardoor leesbaarder, denk ik.
vriendelijk >> vriendelijke