‘Ik hoop dat je sterft!’
Ze smijt de deur dicht, zo hard dat de ramen rinkelen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een beweging bij het huis van de buren. Als ik kijk, schiet de buurvrouw snel achter het gordijn en trekt het dicht. Na een minuut of wat concludeer ik dat de deur waarschijnlijk niet meer open zal gaan. Ik draai me om en loop de straat uit. Het begint te regenen.
Het is zo’n dag dat alles klopt. De regen zwelt aan tot een hoosbui. De hemel wordt langzaam zwart. Een auto rijdt door een plas en het opspattende water doorweekt de laatste droge stukjes van mijn kleding. In de lucht hoor ik het zielloze hoongelach van een meeuw.

Dag Ostinato,
Is het niet ‘vanuit mijn ooghoek?’
‘Als ik kijk.’ ‘Als ik echt kijk.’ ?
Details.
Mooi stukje <3 Vooral vanwege 'Het is zo'n dag dat alles klopt.' en het vervolg.
Hoi Han, dank voor je reactie. Je hebt gelijk over die ooghoek, ik heb het aangepast. Er is m.i. een verschil tussen zien en kijken. ‘Echt’ kijken is naar mijn mening niet nodig hier.
Het stukje wringt. Net als natte kleren die niet uit willen. Je zult zo’n buren hebben, als het klopt. In hoon zit vaak veel ziel. Met Kozinsky in het achterhoofd. 😉
Een hartje vanwege de schijnbaar luchtige twist.
Leuk en herkenbaar, tikkeltje cynisch verhaal. Ik denk direct bij de eerste gedeelte aan zo’n lekker opstandig puber…
@Mien: Maar heeft een meeuw een ziel? Dank voor het compliment.
@Irma: ik had oudere personen voor ogen, maar een opstandige puber kan ook natuurlijk. Dankjewel.
@Ostinato: Jazeker.