‘Weet je ook dat wij vanaf deze heuvel uitkijken over de droogste en dorste streek van Nederland? Het dorp hier beneden heet niet voor niets Laagdorst.’
‘O zo. Waar heb je die wijsheid vandaan?’
‘Heel eenvoudig. Ik kom uit Middendorst en mijn vrouw uit Hoogdorst. Als we straks flink doorstappen, kunnen we daar over een uurtje ergens lunchen.’
‘Nou, eerlijk gezegd heb ik intussen vooral dorst.’
‘Moet je maar een rugzak en wat flesjes meenemen. Zie je trouwens die wei daar? Waarom zou die boer het hooi nog niet gedorst hebben? Morgen krijgen we regen.’
‘Geen idee. Dat is zijn zaak. Laat die boeren maar dorsen.’
‘Je hebt gelijk. Kom op, we gaan verder. Ik dorst naar een leuk terrasje.’


Zoveel keren dorst in allerlei varianten vind ik een <3 waard. Echter een maar: volgens mij dors je alleen graan en geen gras/hooi uit de wei.
@Annette Dank!
Volgens Van Dale bestaat dorsen in die betekenis wel degelijk. Uiteraard heb ik het woordenboek bij een stukje dat om die woordbetekenissen draait ook geraadpleegd.
Alweer wat geleerd. Ik ken dorsen alleen in de betekenis van het verwijderen van de rijpe graankorrel bij tarwe, gerst ed. Wat overblijft is stro. Gras van het weiland afhalen noemen we op het platteland hooien en dat gras laat je alleen maar drogen of je kuilt het in en dan heb je hooi of kuilvoer. 🙂
Ja, dat dacht ik ook altijd, tot ik via Van Dale ontdekte dat je dat hooien dus ook ‘hooi dorsen’ kunt noemen.