Ze loopt de kamer binnen. Alles staat op dezelfde plek: zijn stoel bij het raam, de foto’s, de statige boekenkast. Op de vloer het kleed met warme rode en oranje tinten. De zon schijnt onverminderd door het raam naar binnen.
Van buiten lijkt alles onveranderd, maar zij voelt hoe de kou optrekt vanuit haar botten. Ze voelt de warmte van de zon niet, kleuren bereiken haar niet. Haar ogen zijn gefixeerd op het duister. Het is alsof ze kijkt naar een kleurenpalet met één zwarte pixel, die niet in staat is enig licht uit te stralen, maar wel meedogenloos alle aandacht opeist.
Een dode pixel is niet meer te repareren. Ze gaat zitten in zijn stoel en sluit haar ogen.


Mooi Nel, de twee kanten belicht. Hartje!
Dank je Janine. Ik had eerst ‘Zwart’ geschreven en toen werd me ‘Wit’ in de schoot geworpen. Wonderbaarlijk proces, dat schrijven.
Ook zo mooi. Goed tweeluik zeg. Ik lees ze in verkeerde volgorde, deze inderdaad eerst, en dan is Wit de opbeurende 🙂
Dank je, Inge.
Je schrijft pakkend @Nel Mij roert het in ieder geval.
De pixel als dubbele metafoor voor het verlies van een geliefde waar je wel of niet met vreugde naar terug kijkt. Dit begint zo onderhand een dominant thema te worden.