‘De deur is open,’ schreeuwt hij.
De oneindig steile trap kraakt. Op een oud bureautje een beeldbuis-tv met antenne.
Hij hangt op zijn bed en staart naar zijn gameboy; de zolderkamer ruikt naar wat voorbij is, onder eeuwig stof.
‘We hebben je vader nog niet opgespoord. Je zusje komt straks van het ziekenhuis naar het bureau.’
‘Boeien. Als ze haar loverboy maar niet meeneemt.’
‘Waarom in godsnaam…?’
‘Als God bestaat, had Hij mijn vader niet vervangen door een toyboy met losse handjes. Twintig jaar te jong voor mijn moeder, tien jaar te oud als broer. Zij worden geopereerd, maar de diepste wond zit in mij – nee, dat boeit u niet.’
‘Maar ik moet jou nu wel boeien, dat is verplicht.’


Recente reacties