In de verte zag ik haar al aankomen maar het was toch een verrassing dat ze nu voor me stond. Ik kon het niet geloven hoewel ik wist dat ik niet droomde. Ze zeggen dat je dan niet kan dromen maar ‘ze’ zeggen zoveel. En bovendien wist ik dat ‘ze’ het bij het verkeerde eind hadden want ik had ‘ze’ wagenwijd open staan.
Ik zei: ‘Wat doe je hier?’
Haar antwoord: ‘Hetzelfde als jij.’
Ik zei: ‘Wat doe ik hier dan?’
Zij: ‘Wachten op mij.’
Daar had ze gelijk in maar hoe wist ze dat? Ik vroeg het haar maar ze zei niets. Ze ontweek me. Nu was ik nog verder van huis.
Ik zei: ‘Zullen we dan samen wachten?’

Recente reacties