Het meisje van twintig en de jongen van tweeëntwintig staan langs de weg bij een uitzichtpunt. Daarachter ligt een diep dal en verderop zie je besneeuwde bergtoppen.
Het was in de zomer van 1969. Het was hun eerste gezamenlijke vakantie. Met de kleine Citroën reden ze door Zwitserland van camping naar camping.
Nu, zoveel jaren later en evenveel jaren ouder, zien zij zichzelf terug op een vergeelde kleurenfoto, heel dicht bij de rand van een afgrond. Alleen al van dat beeld krijgen ze hoogtevrees. Het klimmen zijn ze verleerd, maar zij hebben wel vele bergen en dalen getrotseerd.
Het uitzicht doet er niet meer zo veel toe, maar het inzicht des te meer! Hun reis is nog niet ten einde.


Goed geschreven Jose, van mij heb je een hartje
Mooi verstild geschreven, José. Hartje.
Wel even dit: dichtbij hoort hier als twee woorden te worden geschreven:
https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/vlakbij-vlak-bij
Dat kost je een woord. Misschien in ruil daarvoor ‘nu’ uit de voorlaatste regel weglaten?
Lief! Hartje.
dank voor jullie reacties
Een leuk, nostalgisch en voor mij (als AOW’er) een heel herkenbaar stukje.
Dat uitroepteken op het eind vind ik niet zo mooi, maar dat is zoals zo veel die beroemde kwestie van smaak.
<3
Dank Hay, ik heb het uitroepteken vervangen door een punt!
😉 !