Vijftien jaar woonde je op deze vierde verdieping. Het laatste jaar was ik er vaak, om voor jou te zorgen. De afgelopen maand ging ik nog een paar maal, met vrienden of alleen, naar jouw huis om spullen op te halen. Alles stond en hing gewoon op zijn plaats, alsof je even weg was voor een boodschap.
Vanmorgen. De oude suède jas die je nog had gedragen bij onze eerste ontmoeting, hing niet aan de kapstok. De kapstok zelf ontbrak. Je slaapkamer leek kleiner zonder jouw bed en rommelige klerenkast. Je huiskamer: zo leeg.
Een gevoel van paniek. Je was nergens meer te vinden!
Maar ach, je zit immers in mijn hoofd. Daar ben je veilig, zo lang ik leef.


@Marlies mooi verwoord, zo leven dierbaren verder.