Kinderen vangen de herfst in werkstukjes. Ze huppelen met plastic tasjes door het parkbos, verzamelen bladeren en natuurlijk de ‘oh zo begeerlijke’ kastanjes. De glimmende bruine, vettige zaden verdwijnen gretig in de zakken, om thuis gespietst te worden met satéprikkers zodat er een kleurig spinnenweb in gedraaid kan worden, met draden en touwtjes, in kleuren zo divers als de herfst ze zelf aan de bomen hangt. Men neme nog wat mooie eikenbladeren, dode takken en papa tekent een paddenstoel. Want die mag je niet plukken.
Ergens in de oceaan drijft de herfst van de mensheid. Het zijn diezelfde plastic zakjes die eertijds nog gevuld werden met kinderlijk enthousiasme. Onverteerbaar, dat wel. De plastic soep rot niet weg. De winter volgt.

Mooi!
Alleen: bedoel je met eerdaags ( in de toekomst) niet eertijds (verleden)?
Uiteraard. Aangepast. Thnx!
Mooi! Eerst zo lieflijk en dat pats-boem, die ommekeer! Hartje.