Het is donker. Om naar buiten te kunnen kijken, moet ik door mijn eigen spiegeling in de ruit heen kijken. Lichtjes trekken voorbij. Als ik het spoor naast het treinstel volg, lijkt de rail tot leven te komen.
De coupé is bijna leeg. Zij reist de toekomst in, ik reis met mijn ogen op het verleden. Onze blikken worden door een rugleuning van elkaar gescheiden.
‘Uw vervoersbewijzen alstublieft.’
Een derde persoon wringt zich in onze ruimte.
‘Alstublieft,’ zegt haar wondermooie stem.
‘Volgende station eruit mevrouw’
Als ik mijn hoofd draai zie ik haar reflectie. Zij is de ware.
‘Uw vervoersbewijs alstublieft.’
‘Kan ik een extra kaartje kopen tot aan de stad?’
‘Vooruit meneer.’
Het is te vroeg voor een ontmoeting.


Beter net dan niet.
Bijzonder stukje @Hadeke