‘Ik snap niks van mijn huiswerk.’
‘Nu even niet, schat!’
‘Maar ik…’
‘Vraag het aan papa. Die zit toch maar een beetje stukjes te schrijven in zijn kamer.’
‘Papa had ook geen tijd voor me.’
‘Dan maakt hij maar eens tijd. Schrijft hij maar eens geen 120-woorden verhaaltjes. Dat gedoe begint mij toch al…’
‘Moet je tegen hém zeggen! En hij schreef niet eens. Volgens mij heeft hij een of ander computerspelletje ontdekt.’
‘Geloof ik niks van. Daar houdt hij helemáál niet van.’
‘Wel waar. Hij zat als een kip zonder kop naar zijn scherm te kijken en schreeuwde gelijk dat ik weg moest wezen, omdat hij in een hevig gevecht gewikkeld was – of zoiets. Een gevecht met het luchtledige.’


Dit grenst aan een ‘metastukje’, maar ik vind het wel leuk gevonden.
Dank je, Hay en wat ‘meta’ betreft: inderdaad – het is een grensgeval. Maar na mijn ‘schrijfoefening-van-niets’ kwam het gelukkig ongedeerd langs de meta-grensbewaking. 🙂
Ja, de regels voor ‘metastukjes’ zijn ook wat soepeler geworden en daar ben ik het helemaal mee eens.