Al vroeg in de middag is ze weggegaan, mijn mooie bovenbuurvrouw met haar donkere manen. Met haar vriendinnenclubje giebelend over mannen de trap af voor hun meidendag. De laatste keer dat ze thuis kwam, paste haar sleutel niet in het slot. Mijn slot.
De voordeur valt dicht. Ze is weer thuis. Ik hoor haar beneden in het trappenhuis stommelen. Iets slaat tegen de leuning. Voorzichtige, onzekere stappen de trap op, tien, elf, twaalf. Ritselen op het bordes. Waarom doet ze het licht niet aan? Het is aardedonker. Met de deur op een kier maak ik het haar makkelijker.
Alsof ze thuis is sluipt ze naar de slaapkamer. Haar parfum blijft nog even hangen.
In het ochtendzonnetje vraag ik: “Koffie, schoonheid?”


Na het stukje “Ontnuchterd” van Irma Moekestorm moest ik daar een reactie op schrijven.
Haha, leuk ingespeeld op Irma’s stuk. Deed ie het gewoon expres! 😉
Mooi stukje!