Op vakantie snuiven we graag de omgeving goed in ons op. Aan de kerk ken je immers de mensen en hun cultuur. Een rennend Bretons stel sneakte zondag nog snel de volle kerk in, wij liepen tweehonderd meter voor de kleine versie waarvoor alleen toeristen en duiven interesse hadden.
De duiven bleven buiten dankzij het gaas boven de deur. Wij liepen binnen en voelden ons welkom. Het vocht en de schimmel stond echter dik op de muren. Wat je noemt de geur van de oudheid, of zo je wilt: “een neusje antiek” verjoeg ons te snel. Het monument voor de gevallenen in de “Grote Oorlog” zou ons een geurloze bezinning moeten gunnen. Dus deden wij een duit in ‘t zakje.


De sfeer is te proeven.
Greta, een mooie invulling van het thema.
@Greta, nog eens gelezen.
– twee honderd
Dat is één woord
– Het vocht en de schimmel stond echter dik op de muren.
Hier vraag ik me af of ‘stond’ toch stonden zou moeten zijn,
– of zo je wilt een neusje antiek
Ik zou schrijven: of zo je wilt: “een neusje antiek”
– Grote Oorlog
Tussen aanhalingstekens
– Het monument voor de gevallenen in de Grote Oorlog zou ons geurloze bezinning moeten gunnen.
(…) een geurloze (…)
Je zou kunnen overwegen het hele stuk in de tegenwoordige tijd te schrijven. Dan zou er meer vaart in kunnen komen.