“Misschien mag ik je niet benoemen
Ben je niet meer dan een schim
een fel schijnsel ’s nachts
op mijn mobiel apparaat
Wellicht besta je vooral
bij gratie van het uitblijven
van verder onderzoek
of wellicht enkel
in totale onverschilligheid
Mijn handen glijden werktuigelijk
daar waar ze op papier gebonden zijn
terwijl mijn hoofd lonkt
naar wat stereotype woorden
Niemand die het weet
denk ik wanneer ik in het duister
met de kraan open het toilet tot mijn bezit neem
Geen piepje onglipt
enkel licht
in een betrekkelijke duisternis”
Tot dat ook zij
vol fouten blijkt te zijn
en hij van nummer wisselt


Recente reacties