In de jaren vijftig van de vorige eeuw gingen nog de voddenman, de scharensliep en de schillenboer langs de huizen. In die tijd werden kleren gedragen tot ze helemaal versleten waren. Die afgedragen kleding gaf je dan mee aan de voddenboer die je er per kilo een paar centen voor gaf. Van die vodden werd dan weer papier gemaakt. Het woord duurzaam was toen nog niet uitgevonden, maar werd in de praktijk veel meer toegepast dan nu. De voddenman en de schillenboer reden met paard en wagen. Ze belden niet aan maar riepen hard ‘vodden’ of ‘schillen’. Die schillen van aardappelen en fruit zorgden voor een doordringende geur. Veel van de geluiden en geuren uit die tijd zijn definitief verdwenen.


De kolenboer! Die verdwenen geur kwam nog even terug toen ik in 1990 Polen en (nog net) de DDR bezocht…
Ik was pas in China, in een stadje waar een vrouw met een fietskar langzaam voorbij reed. Achterop de kar een grote ton met wiebelende drap. Na elke twintig meter riep ze iets, eindigend in een doordringende uithaal. Het deed me denken aan ‘Ouwebulúúúú’ uit de jaren vijftig. Nostalgie. Leuk stukje.
Geuren geven vaak een sfeer weer.
Inderdaad was het woord duurzaam nog niet bekend, maar het werd wel in de praktijk gebracht.
<3
Mooi oprecht sentiment.
Ik heb dat ook met de geur van groene zeep en koperpoets. Ik ben meteen terug in de jaren vijftig en zie voor mijn geestesoog: wastobbe, zinken teil en emmer; schrobben, boenen, poetsen en zwetende nijvere huisvrouwen.
Ik ruik nog de regenjas van een vriendinnitje op kennismakingskamp… sterk.