Op mijn lagere school was het al helemaal duidelijk. Je zat in de zes plus-klas, bij de studiebolletjes. Of je hoorde bij zes min, dan waren je kaarten anders geschut. Dat waren de kinderen van de beruchte gezinnen uit de buurt. Zij waren de lompen. Kinderen van wie de moeders met krulspelden in, ochtendjas aan en op pantoffels naar school kwamen. Om verhaal te halen. Kinderen die er altijd werden uitgepikt als er een ruitje kapot was. De hoofdmeester bulderde hun namen over het schoolplein. Geen idee van privacy of schaamte. En zo werd het beeld steeds bevestigd. Ik zat aan de goede kant, kreeg dus ook meer kansen. En ik voelde de onrechtvaardigheid. Wie was er nou de lomperik?

Ja zo ging dat he. Herkenbaar stukje. Ik zou “geschut” trouwens met een “d” op het eind schrijven 😉