’s Ochtends vroeg word ik uit mijn slaap gerukt doordat iemand constant op de voordeurbel drukt. Ik schiet mijn ochtendjas aan. Mijn vermoeden wordt bewaarheid. Het is mijn dementerende buurman die steeds minder tijdsbesef blijkt te hebben. In zijn groezelige hemd staat hij in de motregen.
“Wil je deze voor me bestellen? Ze zeggen op de televisie dat de pijn in mijn knieën dan overgaat.”
Ik vraag hem binnen en weet uit zijn krabbels op te maken dat het om wolvilt inlegzooltjes gaat.
“Ga maar naar huis, ik kom zo.”
Met een plaid om zich heen loopt hij slingerend terug naar huis.
‘Wolvilt inlegkruisjes’ googel ik even later. Helemaal niets!
Ach ja, hij dementeert ook. Straks maar wat gerichter vragen.

tsja, triest, de vergankelijkheid
Inderdaad José. Vooral als iemand dan nog niet aan de criteria voor een verzorgingshuis voldoet.