Mijn grootste angst is de ontdekking van het juiste medicijn, mij zal dat vernietigen. Zover is het nog niet. Gelukkig.
Daarnet was ik zijn moeder in haar gedaante uit de jaren zestig, toen hij verliefd was op het buurmeisje. In verwisselen ben ik goed. Van moeder naar buurmeisje, overleden bekenden die ik weer tot leven wek.
Ook mijn projecties zijn uitmuntend. Als iemand de kamer binnenkomt probeer ik eerst wat gezichten uit zijn verleden te plaatsen, tot ik een passend gezicht gevonden heb. Het brengt hem in verwarring, dat is jammer.
Vandaag keek hij in de spiegel en ik kon zijn gezicht niet vinden. Dat gebeurt me vaker. Gezichten vind ik steeds meer alleen nog in een heel ver verleden.


Een mooi en doordacht stukje. Alleen de voorlaatste zin moest ik twee keer lezen om te begrijpen wie de ‘hij’ was, maar dat lag denk ik vooral aan mij. Als ik het goed gelezen heb, vraag ik me alleen af of ze de angst voor dat medicijn wel echt zal voelen?
Een paar kleine opmerkingen:
– In de eerste zin moet ‘dat zal mij vernietigen’ volgens mij ‘zal mij dat vernietigen’ zijn. Anders kun je er denk ik beter een afzonderlijk zinnetje van maken.
-‘Zover is het niet’ moet voor mijn gevoel ‘Zover is het nog niet’ zijn. In de zinnen daarna zou ik juist een van die twee ‘nogs’ weglaten.
– Tussen ‘binnenkomt’ en ‘probeer’ ontbreekt een komma.
@hay dankjewel. Ik heb een aantal suggesties overgenomen.
Ik denk dat je er zelf een andere insteek uit hebt gehaald, dan ik heb bedacht, maar eigenlijk vind ik dat wel leuk.