Als ik mijn ogen sluit, dan stroomt het volop. Watervallen en volle meren zoet water. Mijn lippen kraken en dorsten naar een druppel, een spat. Maar wakker worden brengt nog meer dorst en de hele dag is een verlangen naar datgene wat er niet meer is. Toen ik jong was, leek er geen einde aan te komen, aan de stromen die uit de kranen golfden. Maar na een tijdje leek het water zo duur te worden, dat enkel de elite het zich kon permitteren om een douche te nemen. Alles wat drinkbaar is, wordt gerantsoeneerd. Ik moet het doen met 5 liter per week.
In het ziekenhuis vertellen ze me dat mijn nieren falen. Net zoals die van miljoenen anderen.

Een simpele, heel concrete dystopie. Het hoeft dus niet altijd vaag en ingewikkeld te zijn. 😉
Die allerlaatste zin (‘Net zoals die van miljoenen anderen’) zou ik weggelaten hebben. Die wekt te veel de indruk van een verslag in plaats van (zoals daarvoor) een persoonlijke ontboezeming.
@Niki Mooi geschreven. Dat wat onderaan hangt, kun je wellicht veranderen. Het is een soort van conclusie die elke lezer gelijk zelf al kan trekken.
Het verlangen naar dat wat ooit voor veel mensen heel gewoon was om te hebben, heb je goed duidelijk gemaakt.